3,1 °C

Verdachte: afschieten vuurpijl op politiebureau Dokkum was ongelukje

do 25 november 2021 12.55 uur

LEEUWARDEN - De vuurpijl die op de vroege nieuwjaarsochtend van dit jaar op het politiebureau in Dokkum werd afgeschoten, was een ongelukje. Dat zei de man die de noodpijl afvuurde, een 33-jarige inwoner van Wâlterswâld, donderdag bij de Leeuwarder rechtbank.

Noodsignaal

De verdachte was 's nachts aan het rondrijden met een maat, toen hij tegen enen op de Parklaan in Dokkum vanuit de rijdende auto de vuurpijl afstak. De pijl, bedoeld als noodsignaal op een schip, ging niet de lucht in, wat volgens de Wâlterswâldster wel de bedoeling was. Waar het projectiel wel naar toe ging, dwars door een ruit bij het Dokkumer politiebureau naar binnen, dat had hij niet gezien.

Bericht op Facebook

“Ik moest mijn aandacht ook bij de weg houden”, zei hij. Na een bericht van de politie op Facebook over het incident was hij ontzettend geschrokken. “Ik heb hier veel last van gehad, ik heb nachtenlang wakker gelegen”, aldus de verdachte. Hij vond het moeilijk om zichzelf aan te geven, bang als hij was voor de gevolgen. De politie kwam bij hem terecht omdat zijn DNA zat op restmateriaal van de pijl dat op straat werd aangetroffen.

Beginnend brandje

De vuurpijl richtte veel schade aan. De pijl was door het raam bij een kantoor naar binnen geschoten en via een glazen deur in een ander kantoor beland. Daar ontstond een beginnend brandje. De politie concludeerde dat het bijna niet anders kon dan dat het een bewuste actie was geweest. Dat bestreed de verdachte. Zijn intentie was om vuurwerk af te steken, niets meer en niets minder. “Ik had absoluut niet het idee dat ik iets had geraakt”. Hij is wel bereid de schade te betalen.

Schade en herstelkosten betalen

Dat je zoiets doet binnen de bebouwde kom, vanuit een rijdende auto, betitelde officier van justitie Erik Veen als “onverantwoordelijk gedrag”. Daarmee maakte de verdachte zich schuldig aan vernieling en een poging tot brandstichting, vond de officier. Hij eiste een werkstraf van 240 uur en twee maanden voorwaardelijke celstraf. Veen vond dat de Wâlterswâldster de schade en herstelkosten, ruim 2300 euro, moet betalen. Hij had zijn twijfels bij de lezing van de verdachte. “Ik vind het lastig om aan te nemen dat hij niet heeft gezien waar de pijl naar toe is gegaan”.

De rechtbank doet op 9 december uitspraak.

 

Regionaal nieuws

Advertentie

Advertentie